Op het eerste gezicht lijken ze misschien op larven, maar wees gerust: met larven hebben ze niets te maken.
Crosnes zijn in werkelijkheid kleine, heerlijke knolletjes met een ivoorwitte kleur.
Ze zijn uniek in textuur, smaak en uiterlijk.
De smaak lijkt sterk op die van aardpeer (gekookt doen ze allebei denken aan artisjok) en ze worden op dezelfde manier gebruikt. Je kunt ze rauw eten, roosteren, inleggen of inmaken.
Anders dan alle andere knollen behoren crosnes - let nu goed op - tot de muntfamilie!
Oorspronkelijk komen ze uit Japan. Ze werden naar China gebracht, waar ze een belangrijk ingrediënt in de Chinese geneeskunde werden en waar ze nog altijd worden vereerd als geneesmiddel tegen griep en als symbool van een lang leven.
De naam ‘crosne’ gaat terug tot 1880, toen deze knol door monsieur Pailleux naar Europa werd gebracht. Hij begon met de teelt vlak bij de stad Crosne, in Frankrijk.
Het is een moeilijk te vinden product, vooral door de eisen van de oogst, die met de hand en uiterst zorgvuldig moet gebeuren. Het kan uren duren om slechts een paar kilo bij elkaar te krijgen.
Dit was een eerste proefpartij om de markt te peilen, dus we hebben maar heel weinig. Maar zolang de voorraad strekt - mis crosnes, sus crosnes.
1 reactie
European Stachys palustris has been detected for a long time.
In the cultivated variety, bulbi grow up to 10…12 cm in length and up to 2 cm in length.
Everyone switched to potatoes and the cultivated Stachys died out.
I studied for the last time in 1977.
Volodymyr.